Home > ‘Gevolgen van aanhoudende droogte niet altijd goed zichtbaar’

‘Gevolgen van aanhoudende droogte niet altijd goed zichtbaar’

29-08-2018
‘Bermbranden, versnelde bodemdaling met verzakkingen in wegen, bomen die omvallen of takken die bij een flinke wind afbreken, het zijn zomaar enkele zichtbare voorbeelden van de gevolgen van aanhoudende droogte op onze bodem en ondergrond’.

Dat vertelt Tommy Bolleboom, adviseur Bodem en Klimaatadaptatie bij Rijkswaterstaat. In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke adaptie studeert hij onder meer binnen het RWS-traject Klimaatbestendige netwerken op de gevolgen van droogte, door het veranderende klimaat.

Langdurige droogte betekent te weinig grond- en oppervlaktewater van voldoende kwaliteit in de bodem. Afgelopen zomer in de steden is 30 centimeter grondwaterstandsdaling geen uitzondering. Daardoor versnelt de bodemdaling en zijn er andere gevolgen als bijvoorbeeld funderingsschade. Het betekent ook verdroging van natuurgebieden en afnemende landbouwproductie. Het leidt tot beperkingen voor de scheepvaart en zorgt voor waterkwaliteits- en kwantiteitsproblemen. ‘Het omgaan met langdurige droogte vraagt een veel vitalere bodem’, zegt Bolleboom. ‘Zonder voldoende grondwater verdrogen de wortels van planten en bomen, waardoor bijvoorbeeld de verdamping door planten afneemt. Dat heeft ongunstige effecten op de zogenoemde hittestress. Met name in steden neemt de hitte dus sterker toe bij droogte. Bomen en planten in de stad verdampen al gauw de helft minder dan in normale omstandigheden en wortels gaan andere wegen zoeken. Droogte en hitte moeten daarom samenhangend worden aangepakt. Die integrale aanpak geldt voor de gehele problematiek.

Nu voeren boeren in het vroege voorjaar water af terwijl enkele maanden later geklaagd wordt over een tekort. We moeten toe naar een robuustere situatie waarin hogere waterstanden buiten de zomer juist gezien gaan worden als een kans op het bufferen voor de zomerperiode. Wat een andere bedrijfsvoering voor boeren kan betekenen, met wellicht andere productie. Veel adaptiever dan zij nu gewend zijn. Zo zijn we bezig met het aanleggen van bassins en grote plassen om zoet water vast te houden en aanleg van systemen om het grondwater op peil te houden in steden en landelijk gebied. Een aanpak in nauwe samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, provincies, Rijk en andere gebiedspartijen. Onderdeel straks van een complete omgevingsvisie, waar wij vanuit Rijkswaterstaat kennis aanleveren’. Bolleboom signaleert dat de gevolgen van aanhoudende droogte juist lang niet altijd even goed zichtbaar zijn. ‘Natuurlijk, een fikse bermbrand zoals deze zomer bij een groot aquaduct over de A12, ziet iedereen. Maar de effecten op langere termijn voor de inrichting van Nederland hebben velen veel minder op het netvlies. Er wordt ingeschat dat droogte tot hogere maatschappelijke kosten leidt dan wateroverlast. Herstel van funderingen bijvoorbeeld vraagt veel investeringen’. De zomer van 2018 heeft de aandacht voor droogte en geïntensiveerd, aldus Bolleboom. ‘Het heeft duidelijk gemaakt dat het proces van ruimtelijke adaptie moet worden versneld en dat de aanpak nog minder vrijblijvend zal moeten zijn.’