Home > ‘Het is nu zaak om met z’n allen de database te vullen’

‘Het is nu zaak om met z’n allen de database te vullen’

22-05-2018
‘De architectuur ligt er, de standaarden voor de eerste registratieobjecten zijn beschikbaar, het is nu zaak om met z'n allen de database te vullen', stelt Tjaart Vos vast.

Hij is senior-adviseur GeoRisicoManagement binnen het programmateam BRO en daar bezig met de actielijn ‘Gebruik en Baten’. Het programmateam, onder leiding van Martin Peersmann, valt sinds kort onder het Ministerie van BZK, ‘een mooie plek, want we vormen een brug tussen BZK, I en W en EZ’. 

Voor de sinds 1 januari wettelijk verplichte data-aanlevering trekt het programmateam door het land. Met een roadshow informeren zij de bronhouders (gemeenten, waterschappen, provincie en rijk) betreffende die rol. De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is dé centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse bodem. Vanuit één plek kunnen gebruikers digitaal steeds meer van de meest actuele gegevens opvragen over veel van wat zich in de bodem bevindt. Over bodemopbouw, sonderingen, boormonsterprofielen of grondwater. ‘Het verzamelen en ordenen van alle mogelijke gegevens met betrekking tot onze ondergrond is intensief, maar heeft een maatschappelijk grote urgentie,’ licht Vos toe. Nieuw beleid vereist integrale benaderingen en samenhangende ruimtelijke planning, daarvoor zijn open source uitwisselbare data nodig.

Scherpe vraagstelling
De uitrol van de laatste basisregistratie met gestandaardiseerde en gevalideerde basisgegevens van Nederland binnen het totale stelsel, kreeg een versnelling toen de scope werd teruggebracht tot de vraag ‘waarom is deze basisregistratie van ondergrondgegevens nodig.’ ‘En toen kwamen de scherpe en keuzebepalende antwoorden’, vertelt Vos. ‘Het terugdringen van risico’s bij projecten, de zogenaamde faalkosten. De energietransitie, dan heb je inzicht over de ondergrond nodig. De onderzoekslasten die lager kunnen worden. Het terugdringen van vertragingen bij bijvoorbeeld infrastructurele projecten’. Hij geeft tal van voorbeelden, zoals de recente problemen bij de plaatsing van de Helperzoomtunnel in Groningen. ‘De grond bleek zich heel anders te gedragen dan was voorzien. In plaats van 13 mm. zakking ging dat al snel naar 10 cm. Risico’s honderd procent opheffen is onmogelijk maar met een 3D ruimtelijk ondergrondmodellering bereik je een visueel optimaal beeld van de ondergrond. Daarbij blijft de vakexpert cruciaal om de Geo Kennis op Maat begrijpbaar over te brengen. Dat draagt bij aan optimale ontwerpkeuzes’.

‘Vijftig procent van de onverwacht optredende faalkosten zijn direct bodem gerelateerd. Door vanuit een centraal digitaal register, de Landelijke Voorziening BRO, via ruimtelijke modellering het inzicht in de ondergrond te optimaliseren en visueel te kunnen weergeven, wordt het mogelijk om die faalkosten zeker met vijf procent terug te brengen’.    

Pilots
Samen met partijen als Deltares, TNO, WenR, Kadaster en Arcadis ontwikkelt het programmateam BRO diverse pilots binnen lopende ruimtelijke projecten. Met deze zogenaamde Proof of Concepts (PoC’s) wordt voor uiteenlopende projecten de meerwaarde van tijdig en gecombineerd gebruik van ondergrond gegevens uit de BRO inzichtelijk gemaakt. Bij het opstellen van de Proof of Concepts wordt gebruik gemaakt van Value Management. Dit is een gestructureerde, multidisciplinaire aanpak om de waarde van een product, proces of plan te verbeteren. Bij deze PoC’s richt de waarde verbetering zich op verschillende aspecten, waaronder het inzichtelijk maken hoe tijdig en gecombineerd gebruik van ondergrond gegevens resulteert in het benutten van kansen vanuit de ondergrond voor maatschappelijke opgaven. Dat zijn met name energietransitie, klimaatadaptatie en de verstedelijkings-/verdichtingsopgave. Pilots zijn onder andere uitgevoerd rond de Sterke Lekdijk, de N33, Zuidasdok en de Corridor Amsterdam Hoorn A7.

Visualisering
‘Een belangrijke les die we inmiddels uit die PoC’s hebben kunnen trekken is het belang van visualisatie. Het heeft een belangrijk psychologisch effect wanneer je, bijvoorbeeld als bestuurder, opeens ziet wat zich in onze bodem en ondergrond afspeelt, wat daar kan, en wat daar niet kan. Die visualisering helpt ook de introvertie van veel deskundigen op dit gebied te verminderen. De beleving dat hun kennis meer aandacht verdient. Het digitale werken is geen vrijblijvende keuze meer, het is de realiteit. De Excelbestanden in een ringbandje verdwijnen, we gaan nu gezamenlijk het digitale register aanleggen dat voor en door iedereen in Nederland gebruikt kan worden. En de roadshows tonen elke bijeenkomst opnieuw een fantastisch resultaat: aanwezigen raken overtuigd van de noodzaak van het digitale werken voor de betere ruimtelijke afwegingen. Bij de inrichting van ons land; “geen bovengrond zonder ondergrond”.’