Home > Martin Doeswijk: ‘Iedereen moet meedoen’

Martin Doeswijk: ‘Iedereen moet meedoen’

03-12-2018

‘Wij maken steeds meer en intensiever gebruik van onze bodem. De maatschappelijke opgaven waar we voor gesteld staan, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie, kunnen niet doorgaan zonder structurele ingrepen in ons bodemsysteem. Het is daarom juist nu zaak om de draagkracht en vitaliteit van onze bodem - letterlijk de basis onder ons bestaan - met extra zorg te omringen’. Daarmee begint een zeer recent Memo van het Expert Netwerk Bodem en Ondergrond van Koninklijke NLingenieurs aan VNO/NCW. Een van de opstellers is Martin Doeswijk, in het dagelijks leven werkzaam bij Tauw als Director Business Unit Industry. 

‘We willen’, licht hij toe, ‘een hoopvolle notitie aanreiken, geen zeur verhaal. We willen duidelijk maken dat de druk op ons bodem- en watersysteem alleen maar groter en groter wordt. Neem de energietransitie waarvoor we staan. Dat vereist weer heel veel ingrepen in onze bodem. Goede zorg kan voorkomen dat we later voor veel meer kosten komen te staan om de bodem te herstellen. Een integrale oplossing van de problemen die deze toenemende druk met zich meebrengt, vereist als eerste een integrale samenwerking tussen alle betrokken partijen. Iedereen moet meedoen’, zegt hij, zelf al 27 jaar in deze sector van bodem en ondergrond actief.

Gezond en goed opgeleid verstand
Wat hij daarbij ook belangrijk vindt is de kwaliteit van de werkzaamheden. ‘Die staat of valt met de deskundigheid van de uitvoerders’. Je kunt niet alles vastleggen in regels en procedures, je moet voortdurend met het eigen, gezonde en goed opgeleide verstand, blijven kijken. En vooral niet naar fragmenten, kleine onderdelen van de opgaven. Maar juist naar de samenhang. Met een goede analyse, en een goede oplossing. Dat wordt niet alleen geborgd door regelgeving, maar door te leren én continu te verbeteren. Analoog aan bijvoorbeeld de gezondheidszorg moeten we vermijden dat wij, net als daar, in onze sector gefrustreerd raken door alle administratie en procedures. De veelgehoorde klacht is dat men meer tijd kwijt is aan papierwerk dan aan de feitelijke zorg. Procedures zijn bedacht om fouten te voorkomen, en dat is ook goed. Maar dat mag niet doorslaan. Ik bepleit niet het negeren van de regelgeving, maar ik bepleit vooral het blijven leren en verbeteren, als beste garantie voor het leveren van kwaliteit’.

Slim werken
Een ander herkenbaar voorbeeld om slimmer te gaan werken ziet Martin Doeswijk liggen de geestelijke en materiële vervuiling die het fileleed met zich meebrengt. ‘’s-Ochtends staan dezelfde mensen in de file en dezelfde auto’s staan ’s avonds de andere kant op weer vast. Hoe dat komt? Als voorbeeld citeert hij uit een eigen blog over de plaatsing bij hem thuis in Drenthe van een laadpunt voor een elektrische auto. ‘Sinds kort rijden we bij Tauw in elektrische auto’s. Om stipt 08.00 uur reden drie mannen ons erf op. Verse koffie was welkom, want ze hadden alle drie er een drie uur durende rit uit Limburg met de eigen auto op zitten. Intussen meldden ook de mannen van de verzwaring zich. Ook zij ieder met een eigen auto; één met een graafmachientje, de ander met een aggregaat. Na de koffie vertrokken ze onverrichter zaken huiswaarts, omdat het relevante onderdeel ontbrak om de verzwaring te realiseren. Het Limburgse trio werkte door, groef keurig met de hand een sleuf tot onze voordeur en vertrokken begin van de middag huiswaarts. Zij hadden ieder drie uur in de auto gezeten om hun klus binnen vier uur te klaren om daarna weer voor drie uur in de auto te stappen’. Lees hier het vervolg en de afloop.
‘Waar we aan moeten gaan werken is meer regionaal vakmensen in te zetten. Niet iemand uit het oosten van het land naar het westen laten rijden en omgekeerd. Daar moet toch een app voor te bedenken zijn? Of zoek een timmerman in de eigen regio – als we daar alerter in zijn is er minder wegverkeer nodig, en daarmee minder CO2 uitstoot.  

Innovatie met big data
Als een van de auteurs van het Memo aan VNO/NCW schrijft Martin Doeswijk te willen ‘meewerken aan een gedragen digitaal stelsel waarin registratie en beheer van data omtrent de bodem wordt geregeld op een zodanige manier dat dit meerwaarde heeft voor beslissingen aangaande gebruik van bodem en ondergrond. Onze kennis als het gaat om omgaan met (big)data en nieuwe digitale technologieën willen wij hier graag bij inbrengen’. ‘Bodemvervuiling kun je met het blote oog vaak niet zien’, licht hij toe. Alleen met tekeningen of uitvoerige beschrijvingen is dat te duiden. In 3D modellen kun je dat veel beter (in)zichtelijk maken. Met mobiele telefoon of Virtual Reality-bril kun je allerlei ondergrondse informatie tonen. Niet alleen vervuiling, maar ook waar bijvoorbeeld de kabels en leidingen liggen. Dat kan dankzij big data, bij voorkeur die open staat voor input uit allerlei bronnen. Het gebruik van zo’n Virtual Reality of Augmentend Reality bril zal voor een revolutie in de bodemwereld leiden’, stelt hij. ‘Wat echter noodzakelijk is’, geeft hij aan, ‘is het openstaan voor innovaties, ook in de bestaande wet- en regelgeving. Het kost vaak veel tijd om in bestaande protocollen en richtlijnen nieuwe innovatieve technieken op te nemen. Een jaar tijd voor een techniek is geïmplementeerd is te lang, dan ben je allang door nieuwe technieken ingehaald. Willen we mee blijven gaan in de vaart der volkeren dan is versnelling een must’.           

Afspiegeling van maatschappij
Tot slot van het gesprek stelt Martin Doeswijk een sociaal aspect aan de orde. ‘De integratie in ons werk van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Bij Tauw proberen we die aan ons te binden. We willen een inclusief bedrijf zijn, een goede afspiegeling van de samenleving. Dat betekent aandacht voor specifieke aanpassingen in het werk en de werkplek, dat betekent zorg voor sociale cohesie. Werkervaring opdoen bij een regulier bedrijf leidt tot sociale verbinding en persoonlijke ontwikkeling, nodig om een zelfstandig bestaan te kunnen opbouwen. Dat mag binnen onze sector nog veel meer navolging krijgen.’