Home > ‘De bodem is van een last een lust geworden’

‘De bodem is van een last een lust geworden’

22-10-2018
‘Dat de missie van Rijkswaterstaat Bodem+ is om overheden ondersteuning te bieden met kennis over bodemsanering, -bescherming, -beheer en -energie voor een duurzaam gebruik van het bodem- en grondwatersysteem en de ondergrond, daar ben ik trots op’. Het is een van bijdragen geweest van Henk van Zoelen in de ontwikkeling van Rijkswaterstaat Bodem+. De organisatie waarvan hij, de pensioengerechtigde leeftijd nu bereikt hebbende, afscheid neemt.

Leefomgeving als grootste opgave
‘Amper vier jaar geleden leefde het begrip “duurzame leefomgeving” nog slechts aan de rand van de organisatie’, vertelt hij. ‘Nu is het geformuleerd als de grootste opgave. Dat hebben we stapje voor stapje kunnen bereiken, nadat Bodem+, samen met onder andere Infomil en het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, als onderdelen van Agentschap NL (tegenwoordig RVO), door Rijkswaterstaat werden binnengehaald. Moet je voorstellen wat dat betekent voor zo’n sterk merk als Rijkswaterstaat is. En tegelijk een enorm slagschip, dat niet zomaar even van koers verandert. Samen met een aantal bevlogen collega’s is die koerswijziging toch bereikt. Natuurlijk blijft het bedrijf verantwoordelijk voor de aanleg van (water)wegen en allerlei andere vormen van infrastructuur. Maar gelukkig is de focus nu gericht op een integraal beleid, op een samenhangende zorg voor onze leefomgeving’.

Vraaggericht gaan werken
Behalve die veranderende focus heeft Rijkswaterstaat Bodem+ nog een cruciale verandering doorgemaakt. ‘We zijn van een aanbod gedreven bedrijf omgevormd naar een vraaggerichte organisatie’, stelt Henk van Zoelen tevreden vast. ‘We zijn gaan samenwerken met decentrale organisaties. We zijn flink gaan investeren in het relatienetwerk, zoals met de 29 Omgevingsdiensten die Nederland telt. Want daar hebben de provincies en gemeenten hun milieutaken in ondergebracht. Dat relatienetwerk opbouwen was vooral voor mijzelf de afgelopen jaren een belangrijk aandachtspunt. Welke behoefte aan welke kennis en kunde is er bij deze diensten? Hoe kunnen wij als landelijk werkende organisatie voorzien in de beantwoording van die vragen? En daarbij rekening houden met de onderling grote verschillen tussen deze omgevingsdiensten. In Groningen is er voor de hele provincie één dienst, in Gelderland zeven. Dat impliceert een andere wijze van werken, waarbij de Gelderse zeven diensten bijvoorbeeld veel dichter bij de gemeenten opereren dan die ene in Groningen kan doen’.

Bijdrage aan klimaatopgave
‘Terugkijkend op de afgelopen vele jaren die ik in de wereld van bodem en ondergrond heb doorgebracht, zie ik nog een heel ander belangrijk omslagpunt. De bodem is van een last een lust geworden. De bodem is niet meer alleen een saneringsopgave, maar nu een bron die kan bijdragen aan de klimaatopgave en aan energietransitie. Wat overigens van de direct betrokkenen, zoals zij die in het verleden louter gespecialiseerd waren in het saneren, veel omscholing vergt. Van hen wordt samenspel vereist met andere spelers, andere disciplines. Van hen ook de flair verwacht om buiten hun vakgebied te durven treden’.

‘Dat brengt mij tot slot op een andere vorm van samenwerking, die tussen een aantal kennisinstituten. Rijkswaterstaat Bodem+, SIKB, Deltares, TNO en RIVM delen hun kennis in het Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond (ENBO). Een belangrijk initiatief dat als instituut een belangrijke rol vervult, en nog meer kan vervullen. Met een prachtige loketfunctie, waar iedereen in de bodemwereld baat bij heeft. Ik gun het ENBO een nog veel prominentere rol in het verstrekken van voorlichting en informatie. Zie tegelijk ook dat dit niet ten koste moet gaan van de positionering van de vijf partners afzonderlijk. Maar als ik bij mijn afscheid van deze sector toch een wens mag doen, dan is die voor nog veel meer zichtbaarheid van dit Expertisenetwerk.’