Home > ‘De bodemdaling heeft een enorme impact’

‘De bodemdaling heeft een enorme impact’

15-07-2019
‘Een handelingsperspectief. Dat was de vraag die vanuit heel verschillende hoeken werden gesteld, enkele jaren geleden. Hoe kunnen we op een structurele manier de kennis ontwikkelen, versterken en delen die nodig is om een antwoord te vinden op de enorme impact van de bodemdaling?’ Robert van Cleef van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling licht de stand van zaken toe.


Robert van Cleef: Een stabiele bodem en ondergrond vormen een belangrijke en letterlijke basis voor een robuuste klimaatbestendigheid’ - eigen foto.

Miljarden euro’s schade
Het Planbureau voor de Leefomgeving rekende het onlangs nog maar eens uit. De maatschappelijke kosten als gevolg van de bodemdaling lopen voor Nederland in de miljarden euro’s. In het stedelijk gebied verzakt de slappe bodem door fysieke belasting; de kosten voor het herstel van de schade en het onderhoud aan de infrastructuur lopen tot 2050 op tot 5,2 miljard euro. In het landelijk gebied gaat het om zo’n 1 miljard. Maar dat zijn bedragen die in het niets vallen bij wat particuliere eigenaren van woningen gaan kwijtraken; tussen nu en 2050 minimaal 16 miljard euro voor funderingsherstelkosten als gevolg van slappe bodems en onvoldoende adequate fundering.

‘Een stabiele bodem en ondergrond vormen een belangrijke en letterlijke basis voor een robuuste klimaatbestendigheid’, aldus Robert van Cleef. ‘Vandaar het in 2016 gestarte Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling (NKB). Het bundelt tal van initiatieven en projecten die voor het landelijk gebied of binnen de steden de bodemdaling of de schadelijke gevolgen ervan proberen een halt toe te roepen. Daarbij gaat het om het urgentiebesef, om nieuwe technieken en om maatregelen op governance-niveau’. 

Gevolgen bodemdaling
Ongeveer negen procent van het Nederlandse grondgebied bestaat uit laagveen. Zo begint het rapport Dalende bodems, stijgende kosten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), uit 2016. Het waterschap, vervolgt het rapport, ontwatert deze veengebieden voor de landbouw en verlaagt voortdurend de grondwaterstand. Bij continuering van dit beleid zullen de ontwaterde veenbodems blijven dalen. In het bebouwd gebied is de bodemdaling het gevolg van zetting, de samendrukking van de bodem. Decentrale overheden en provincies worden meer dan voorheen geconfronteerd met de gevolgen van bodemdaling. De negatieve gevolgen van de bodemdaling reiken verder dan die voor de landbouw en de eigenaren van bebouwing en infrastructuur. Er zijn kosten voor de waterbeheerder, die het grondwaterpeil steeds moet aanpassen aan de belangrijkste functies. Er zijn negatieve effecten op de natuur en biodiversiteit doordat het grondwater vanuit natuurgebieden naar de lager gelegen, dalende landbouwgebieden weg zijgt, waardoor verdroging op kan treden. Er zijn effecten op het klimaat doordat bij de afbraak van het veen broeikasgassen, vooral CO2, vrijkomen.

Deelexpedities
‘In de stedelijke gebieden is de inklinking van de bodem niet tegen te gaan, hooguit iets af te remmen’, vertelt Robert van Cleef. ‘Een stad ligt er, en drukt op de bodem. De maatschappelijke schade van inklinking is, zoals door het PBL uitgerekend, vele malen groter, maar desondanks vooralsnog veel minder zichtbaar. In verschillende deelexpedities zoeken we naar innovatieve technieken om de effecten van de dalende bodem tegen te gaan. Zo blijkt het ophopen met zand niet toereikend. Het is goedkoop, maar duurkoop, want over 20 jaar moet de exercitie worden herhaald. Nieuwe technieken en materialen, bijvoorbeeld piepschuim, zouden misschien uitkomst kunnen bieden. En zo wordt er bijvoorbeeld door de Stichting Houtresearch gestudeerd op een behandeling van houten funderingspalen om paalrot tegen te gaan’.

‘In het landelijk gebied kan de bodemdaling worden afgeremd of zelfs gestopt. Met drainages in de weilanden om het grondwater hoog te houden, bijvoorbeeld. Met natte teelten waarbij de agrariërs andere gewassen produceren. Met een lichter model koe. Of dankzij een studie naar nieuwe bindmiddelen, bijvoorbeeld van veen met kalk. Dat vergroot de draagkracht van de bodem. Onderzocht wordt nu wat de gevolgen kunnen zijn voor de biodiversiteit. En zo heeft de deelexpeditie “broeikasgassen” als doel het uitwisselen van kennis over broeikasgasemissies uit veenbodems. Daarnaast zullen de deelnemers in kaart brengen welke vragen er leven rondom broeikasgasuitstoot uit veengebieden en aan welke kennis nog behoefte is. Het zijn enkele voorbeelden van de onderzoeken die wij coördineren in deze zogenoemde deelexpedities’.

Brede coalitie
Robert van Cleef is tevens voorzitter van de Goudse coalitie ‘Stevige Stad’. ‘Negen verschillende organisaties zitten daarin samen aan tafel. ‘We richten ons op het verminderen en voorkomen van overlast in de binnenstad van Gouda tussen nu en 2050. Maar daarnaast kijken we ook verder vooruit, om te bepalen welke stappen we moeten zetten om ook overlast in de verder weg gelegen toekomst het hoofd te bieden’.

Hij geeft de ‘Stevige Stad’ als voorbeeld om het belang van een integrale samenwerking te benadrukken. Dat komt ook tot uiting in een van de andere deelexpedities, die van de geo-informatie. ‘Een netwerk dat studeert op de beschikbaarheid en het gebruik van voorhanden zijnde geo-informatie. Probleemgericht en vraaggestuurd werkend aan de vraag op welke wijze geo-informatie rondom bodemdaling het best kan worden ingezet’.

Onderwijs
Uiteraard blijft het onderwijs niet buiten beeld. Samen met het Kennis- en onderwijscentrum Bodem en Ondergrond voor het Hoger Onderwijs (KOBO-HO) wordt gewerkt aan een curriculum bodemdaling voor de hogescholen, ‘waar verbazingwekkend weinig aandacht wordt geschonken aan dit heel grote maatschappelijke probleem’.

Het NKB telt inmiddels ruim 135 partners en hield op 28 juni jl. de tweede kennisexpeditie bodemdaling.

Kijk hier voor meer informatie.