Home > ‘Never a dull moment’

‘Never a dull moment’

11-02-2019
Als hoogleraar Waterkwaliteitsbeheer is hij parttime verbonden aan het Copernicus Instituut van de Universiteit Utrecht. De rest van zijn tijd werkt hij bij TNO Geologische Dienst en is betrokken bij bijna alles wat met de Nederlandse ondergrond te maken heeft: van het verzamelen van data en informatie en karteren tot en met het beheren en analyseren daarvan. Dat gaat bij TNO van ondiep via diep tot ultradiep. Jasper Griffioen over de speerpunten van zijn boeiende en veelzijdige werk. 

'Tijdens mijn middelbare school was ik geboeid door fysische aardrijkskunde: door de grootsheid en het avontuurlijke van fenomenen als aardbevingen of vulkanen. Later ben ik hydrogeologie gaan studeren en na mijn afstuderen koos ik vanuit een zeker idealisme niet voor de wereld van de grote aardolie- of gasmaatschappijen maar voor de bodem- en watersector.’


Jasper Griffioen, TNO Geologische Dienst van Nederland

Geo-wetenschappelijke data en modelstudies
‘Mijn werk bij TNO Geologische Dienst is gevarieerd. Er loopt een aantal langdurige programma’s waarin het karakteriseren van de Nederlandse ondergrond centraal staat. Dan gaat het om het verzamelen, beheren en verstrekken van geologische en geo-wetenschappelijke data en informatie. Deze informatie wordt doorlopend geactualiseerd en verwerkt in bruikbare ondergrondmodellen. Deze staan ter beschikking aan belanghebbenden, zoals bedrijven, overheden en particulieren om verantwoorde keuzes te maken bij de uitvoering van activiteiten. Komend jaar komt er bijvoorbeeld een nieuwe versie van de kaart van de top van de Pleistocene afzettingen in Nederland. De meest recente data en informatie zijn hierin verwerkt.’

Maatschappelijke opgaven
‘De maatschappelijke opgaven van deze tijd en vooral de komende energietransitie vragen om nieuwe accenten binnen ons werk. Met het oog op de aanleg van windmolenparken in de Noordzee en de zandwinning voor de kustsuppletie, zijn we bezig met de kartering van bodem en ondergrond van de Noordzee. Meer dan ooit gaan we dit jaar aandacht besteden aan de niet-natuurlijke, antropogene bodems in de stad. Wat zijn de chemische en fysische eigenschappen van ophoogzand van elders of stadsafval waarop soms complete woonwijken zijn gebouwd? Wat betekent dat voor bijvoorbeeld bodemdaling of waterinfiltratie?’

Ultradiep, diep en ondiep
‘In het kader van de energietransitie is de hoge temperatuur warmte-opslag in beeld. In dat kader kijken mijn collega’s ook naar ultradiepe lagen waar we tot nu toe niet zo heel veel van af weten. Inzet is om te inventariseren wat de kansen en mogelijkheden zijn voor ultradiepe geothermie. Voor de ondiepe ondergrond, de eerste tientallen meters, hebben we het GeoTop model waarbij we niet met lagen werken maar met grid-cellen van 100 bij 100 bij 0,5 meter. Deze 3D-informatie biedt een perfecte basis voor gedetailleerde informatie voor grondwatermodellen of informatie over bodemdaling. Dit model wordt dit jaar opgeleverd voor het deelgebied Noord-Brabant en Noord- en Midden-Limburg.’

Europese samenwerking
‘Uiteraard werken we als Geologische Dienst van Nederland nauw samen in Europese en internationale netwerken en met zusterorganisaties wereldwijd. Zo zijn we bezig om data van ons inmiddels al 25 jaar bestaande Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem REGIS in het kader van grensoverschrijdende projecten af te stemmen met die van onze Duitse en Belgische collega’s.’

Verantwoorde beleidskeuzes
‘Ons werk is nooit af en tegelijkertijd is het nooit saai en kent ‘never a dull moment’. De nieuwe maatschappelijke opgaven van deze tijd vragen om geo-wetenschappelijke data en informatie om verantwoorde beleidskeuzes te maken. Daar kunnen we met ons werk een belangrijke bijdrage aan leveren.’