Laura Timmermans is voorzitter van JongBodem, de netwerkorganisatie van en voor jonge bodemprofessionals. Zelf werkt ze bij de gemeente Zwolle als adviseur Bodem en Ondergrond en weet ze als geen ander hoe fijn het is als je door vakgenoten betrokken wordt bij het werk en de ruimte hebt om een netwerk op te bouwen. Samen met haar medebestuursleden van JongBodem deelt ze een enthousiaste visie op het vak.
Timmermans is inmiddels zo’n vier jaar actief bij JongBodem. Vorig jaar heeft ze het voorzitterschap overgenomen van Joris Rooijman. Wat haar vooral aantrekt bij JongBodem, is de diversiteit binnen de vereniging. “Onze leden hebben allemaal vanuit verschillende invalshoeken een raakvlak hebben met de bodem. Van veldmedewerkers tot beleidsmedewerkers bij gemeenten en mensen vanuit adviesbureaus.”

V.l.n.r. Glenn Dijks, Bart van der Kwaak, Evelien Brand, Laura Timmermans, Kaspar Sonnemans, Laura van der Stelt en Mirabel Vlaming – foto: JongBodem
Opstapje om netwerk op te bouwen
Timmermans vertelt hoe belangrijk het is dat starters kunnen deelnemen aan activiteiten van bijvoorbeeld JongBodem, congressen of symposia. “Het zijn de plekken waar je snel andere vakgenoten leert kennen.” Het fungeert als een opstapje om je netwerk op te bouwen. Ook leer je daardoor sneller collega’s buiten je eigen vakgebied kennen. “Ervaren professionals hebben dat vaak minder nodig, maar voor wie net begint is het goud waard.” Zo zijn bij de activiteiten van JongBodem studenten ook welkom; je hoeft dus niet gelijk al een baan te hebben om deel te mogen nemen. “Bij het Symposium Bodem Breed heeft JongBodem ingebracht dat je een collega van 35 jaar of jonger gratis mee mag nemen.” Ook dat is iets wat ervoor zorgt dat jonge professionals verder kennis kunnen maken met het vak en andere vakgenoten.
Een vakgebied dat breder wordt
Een van de ontwikkelingen die JongBodem signaleert is dat de klassieke bodemopleidingen niet meer als apart vak bestaan en dat heeft gevolgen. Vanuit veel hoeken kijken mensen naar de bodem. “We zien dat het bodemvakgebied verandert”, geeft Timmermans aan. Ook vanuit haar eigen expertise gezonde bodem merkt ze dat bijvoorbeeld als het gaat om bodemverontreinigingen. “Het is niet meer standaard dat er gezegd wordt dat er gesaneerd moet worden. Er wordt ook gekeken naar hoe gaan we het bodemwerk vergroenen. Of hoe werkt de bodem samen met klimaatverandering? Is het wel duurzaam om elke keer te saneren? Onderwerpen als gezonde bodem en bijvoorbeeld PFAS krijgen ook steeds meer aandacht vanuit verschillende invalshoeken. Daarnaast wordt de integratie met water en geologie groter. Het zijn ontwikkelingen die het bodemvak breder en interessanter maken.”
De waarde van de “waarom”-vraag
Als het gaat om de interactie tussen jonge vakgenoten en de ervaren specialisten, kan er een bijzondere wisselwerking ontstaan. Jonge vakgenoten vragen vaak door en stellendaarmee vanzelfsprekendheden ter discussie. “Mensen die wat langer werken hebben vaak een bepaalde denkrichting en weten daar heel veel van. Maar daardoor stellen ze minder snel vragen als: hoe zit dit eigenlijk, waarom doen we dit?” Die frisse blik werkt volgens haar twee kanten op. De interacties helpen om bepaald beleid of acties beter uit te leggen aan andere betrokkenen en zorgen voor een nieuwe frisse blik van buiten.
Actief bestuur
Wat misschien niet iedereen weet is dat het bestuur van JongBodem zelf ook erg actief is. Bestuursleden worden vaak gevraagd door organisaties en evenementen om een bijdrage te leveren aan het programma of mee te denken op bepaalde thema’s. Daar nemen ze graag de tijd voor. Ook ontstaat op die manier een sterkere verbinding tussen jonge, enthousiaste bodemprofessionals en de ervaren vakgenoten. Wel gaat er de nodige tijd in zitten, maar vanuit enthousiasme en investering van de organisaties – niet onbelangrijk – wil JongBodem graag het verschil maken.
Betrekken en vasthouden
Tot slot is de vraag aan Timmermans wat ze de lezers die al lang in het vak zitten wil meegeven. Erg lang hoeft ze daar niet over nadenken. Wat van grote waarde is, is dat je zorgt dat je jonge collega’s vasthoudt en voorkomt dat ze uit het vakgebied stappen en heel iets anders gaan doen. “Eigenlijk is het eenvoudig,” vertelt ze. “Neem de tijd om je jonge collega mee te nemen in de projecten, ook inhoudelijk. Een inhoudelijke discussie hoort daar ook bij. Op het moment dat je sneller wordt gevraagd om mee te denken in een project en weet wat er speelt, merk je dat het bodemwerk echt heel leuk is. Je bent dan ook veel meer geneigd om te blijven. Met het oog op de naderende pensioengolf en de kennis die daarmee dreigt te verdwijnen, is dat ook geen overbodige luxe.” Zelf heeft Timmermans dat ook ervaren. Naast hele inspirerende docenten, heeft ze bij de gemeente Zwolle ook enthousiaste collega’s waarmee ze veel samen kan werken en de ruimte krijgt om dingen op te pakken. “Je merkt dat je elkaar aanvult en serieus genomen wordt, dat maakt ook dat je het bodemwerk leuk vindt.”
Landbouwbodem
Waar JongBodem zelf nog winst ziet, is de landbouwsector. “Ik denk dat we relatief veel gefocust zijn op bebouwd gebied binnen JongBodem. De landbouwbodem is iets waar we momenteel niet zo heel veel mee doen. Er lijkt een beetje een scheiding te zijn tussen die twee werelden die eigenlijk veel van elkaar zouden kunnen leren.” Dus wie daar een verbindende rol in wil spelen qua netwerk of bijeenkomsten, weet JongBodem nu te vinden.



