Home > De aantrekkingskracht van bodem vergroten

De aantrekkingskracht van bodem vergroten

13-10-2020

‘Het Kennis- en onderwijscentrum bodem en ondergrond voor het hoger onderwijs begint steeds meer een breed, en goed functionerend netwerk te worden. Dat merk ik onder andere wanneer ik er de steun kan vinden voor het ontwikkelen van nieuwe onderwijsmodules’, vertelt Marjon Verhoeven, docent Milieukunde bij Avans Hogeschool. 


Marjon Verhoeven – eigen foto

OndergrondLAB
‘Het Kennis- en onderwijscentrum bodem en ondergrond voor het hoger onderwijs (KOBO) is bij een aantal bijzonder interessante ontwikkelingen betrokken, waar wij bij Avans zeer in zijn geïnteresseerd. De aansluiting bijvoorbeeld bij het initiatief van SIKB en SBN om een e-learning platform te starten. Belangrijk voor de opleidingsinstituten, maar ook voor de markt. Er is een behoorlijk tekort aan bodemdeskundigen. Soms kom je bijvoorbeeld bij een gemeente een jurist tegen die bodemgerelateerde dossiers beheerd, zonder over echt inhoudelijke kennis te beschikken. Of neem het initiatief van KOBO om samen met de gemeente Rotterdam het succesvolle OndergrondLAB te starten. Dit initiatief verbindt hogescholen en studenten meerjarig aan concrete opgaven van een regio of partij. Zo wordt de ontwikkeling van nieuw bodemvakmanschap in het hoger onderwijs gekoppeld aan de praktijkopgaven van het werkveld. Wij onderzoeken nu de mogelijkheid iets dergelijks ook in Zuid-Nederland op te gaan zetten’.

Klassieke leergang
Marjon Verhoeven doceert jaarlijks aan zo’n 50 tot 60 studenten Milieukunde. Binnen dit curriculum is de kennis over bodem en ondergrond ondergebracht. ‘Deels wordt daarbij nog een tamelijk klassieke, tamelijk chemische en fysische lijn gevolgd, met veel aandacht voor geo-hydrologie en het gedrag van stoffen in de bodem. Studenten werken bijvoorbeeld aan virtueel bodemonderzoek overeenkomstig de NEN 5740, in samenwerking met Antea Group. Ze leren ook een adviesrapport op te stellen, heel klantgericht en specifiek op een onderzoek toegesneden’.

De opleiding wordt Engelstalig aangeboden. ‘Eén derde van de studenten komt uit het buitenland, deels Europa, deels uit Noord- en Zuid Amerika, Azië en soms ook uit Afrika. Onze bodemkennis wordt internationaal zeer gewaardeerd’, aldus Marjon Verhoeven.

Gaandeweg verandert de opleiding. ‘In het derde jaar is het onderwerp “bodemsanering” gesneuveld. Dat is toch meer voor een echte bodemdeskundige. Daarvoor in de plaats komen meer cursussen die gericht zijn op maatschappelijke vraagstukken. Klimaatadaptatie en de rol voor de bodem daarin, is een van de voorbeelden. Aandacht voor duurzame energie, voor CO2 opslag, voor verdroging en dergelijke. Ook aandacht voor de relatie bodem en water, een hot item’.

Verbreding
De komst van de Omgevingswet heeft op die verbreding en meer integraal te benaderen items zeker een rol gespeeld, aldus Marjon Verhoeven. ‘Al mijden we de specifieke juridische onderdelen daarvan, die voor de buitenlandse studenten te gericht op de Nederlandse situatie zijn. Maar de integrale benadering van bodemvraagstukken en, meer algemeen, milieuaspecten, is voor hen in hun thuissituatie zeer wel aansprekend. Zo deed dit jaar een student een stage-opdracht waarbij Ruimte voor de Rivier naar de Engelse situatie werd vertaald’.

‘Bodem en ondergrond is en blijft onderdeel van de opleiding, ondanks de toenemende aandacht voor de meer sexy onderwerpen als duurzame energie en klimaatverandering. Terwijl er genoeg werk is te vinden in de bodemsector, mist het toch voldoende aantrekkingskracht. En er doorlopend nieuwe onderwijskundige initiatieven worden ontplooid. Zoals een onderdeel waarbij studenten de gevolgen van droogte en vernatting met behulp van GIS in beeld gaan brengen, in nauwe samenwerking met de Provincie Noord-Brabant en het RIVM. Hopelijk maken dit soort studieonderdelen de bodemwereld aantrekkelijker.'