Home > De Nederlandse bodem ligt nog vol bommen

De Nederlandse bodem ligt nog vol bommen

10-11-2020

Explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen, granaten, mijnen en munitie, bevinden zich nog overal in de bodem. Zij vormen een groot risico bij werkzaamheden. Thijs de Gooijer voert explosievenonderzoek uit.


Thijs de Gooijer – eigen foto

Brede kennisontwikkeling
‘Het begint altijd met een vooronderzoek’, vertelt Thijs de Gooijer, werkzaam als O.C.E.-deskundige bij T&A Survey. ‘O.C.E. staat voor Opsporing Conventionele Explosieven. Daar ligt ons land nog vol mee. Explosieven van vóór de Tweede Wereldoorlog komen normaal gesproken niet voor in Nederland. Binnen T&A Survey heb ik een opleiding daarvoor gevolgd, waarin je theorie en praktische kennis krijgt aangereikt, hoe je munitie kunt herkennen en je leert van alles over archeologische aspecten binnen dit werk. Verder heb je kennis van de bodemgesteldheid, van mogelijke bodemverontreinigingen, maar ook bijvoorbeeld hoe om te gaan met menselijke resten’.

Risico’s in beeld
‘Op basis van literatuur- en archiefonderzoek en luchtfoto’s brengen we de risico’s in kaart op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, de zogenaamde blindgangers. Is daartoe aanleiding dan starten we een detectie-onderzoek om de ligging van de mogelijke explosieven te bepalen’.

Als voorbeeld geeft Thijs de Gooijer een onderzoek rond Schiphol, waar een nieuwe terminal en een verkeersweg staan gepland. ‘We detecteren eerst de bodem, tot zo’n twee meter diep. Op basis van die bevindingen onderzochten we dieper in de grond. Daarvoor maakten we onder meer gebruik van sonderingen. Met een magnetometer zijn we in staat om eventuele vliegtuigbommen tot op de zandlaag te traceren. Zo’n, voluit geheten “boorgatmagnetometer sondering”, is een magnetische techniek waarmee diepgelegen ijzerhoudende metalen objecten kunnen worden opgespoord’.

Ooit vergeten heipaal
‘In de Heerlemmermeer troffen we bijvoorbeeld enkele kleine, 50 kilogram wegende bommen aan, maar ook een enorm grote, van 1200 kilo. Overigens vind je tijdens zo’n onderzoek ook van alles dat niet kan ontploffen, zoals een ooit vergeten heipaal. We maken steeds meer gebruik van nieuwe technieken, bijvoorbeeld een 3D laser scanner en onderwater röntgen apparatuur. Die Duitse bommen zijn geïdentificeerd met een speciaal hiervoor ontwikkelde identifier’. 

‘Zelf ben ik nu bezig met het inzetten van drones, die met een magnetometer de bodem in beeld kunnen brengen. Dat heeft als voordeel dat je op de grond nog niets hoeft te doen, niemand in de weg staat etc. Als we zo’n detectieonderzoek hebben afgerond beschik je over heel veel gegevens. Niet alleen waar zich mogelijke explosieven bevinden, maar ook hun afmetingen. Tegelijk kunnen we zien waar zich bijvoorbeeld puinlagen, kabels en leidingen zijn’.

Werk genoeg
Thijs de Gooijer geniet van werk en van dat werk is er voorlopig nog genoeg. ‘Ook al we concentreren we ons op plekken waar werkzaamheden staan gepland, dan nog kom je heel veel explosieven tegen. Want van alle explosieven die zijn gebruikt in de Tweede wereld oorlog wordt gesteld dat 10 tot 15 procent niet afgaat. Dat is best zorgelijk in een vol land als dat van ons.’