Het toetsen van uitkomsten van (water)bodemonderzoek aan alle regels en richtlijnen, is tegenwoordig best een uitdaging. Natuurlijk zijn er landelijke, wettelijke richtlijnen, maar sinds de nieuwe Omgevingswet stellen decentrale overheden meer en meer afwijkende milieunormen vast, bijvoorbeeld hoeveel lood in de bodem mag zitten. Hoe zorg je dat dat werkbaar is? Harmen Willemse (SIKB) vertelt enthousiast hoe daaraan wordt gewerkt.

Harmen Willemse – eigen foto
Door een toename van verschillende decentrale normen is er behoefte aan overzicht van alle toetsingsregels op een centrale informatieplek. Stel: een grote gemeente als Rotterdam legt morgen een nieuwe norm vast, hoe weet iedereen die daarmee te maken heeft dat dan? Adviesbureaus, softwareontwikkelaars en vele andere partijen moeten op de hoogte worden gesteld. Deze partijen kunnen elk zelf een inventarisatie van alle decentrale normen uitvoeren, maar het is wel zo praktisch als er een centraal punt is waar alle Rijks- en decentrale normen voor (water)bodemonderzoek samenkomen. Dat is nu precies waar Harmen Willemse zich voor inzet.
“We doen het stap voor stap”
Willemse is Programmasecretaris Datastandaarden en tevens secretaris van de onlangs door SIKB in het leven geroepen Commissie Inventarisatie Toetsingsregels (CIT). Dit is gebeurd in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat en de koepels VVMA en VKB. Aanleiding is dat gemeenten onder de nieuwe Omgevingswet nu in toenemende mate eigen normen maken. Gemeenten kunnen op die manier hun milieubeleid aanpassen op de lokale situatie. Er ontstaat daardoor wel een veelheid aan decentrale toetsingsregels. Hoe houd je dan overzicht en zorg je dat dat werkbaar blijft? SIKB zet zich daarvoor in met de nieuwe Commissie Inventarisatie Toetsingsregels.
Overzichtelijk maken
“Het eerste waar we ons op richten is het bundelen van alle informatie op een centrale plek, waarbij de decentrale regels volgens een uniform format vastgelegd worden. We willen het daarmee overzichtelijker maken. Als commissie gaan we al die nieuwe lokale toetsingsregels ophalen en in een overzicht zetten, zodat duidelijk is wat de afwijkingen zijn ten opzichte van de landelijke regels. Het vullen van de templates is niet iets wat de commissie zelf doet, dat is voor het lokale bevoegde gezag. De CIT beoordeelt de informatie. Daarbij wordt gekeken of het eenduidig, duidelijk en volgens het format is aangeleverd,” vertelt Willemse.
Bij elkaar brengen in belang van iedereen
Willemse is duidelijk enthousiast: “Wetgeving vormt het kader, maar als sector kunnen we gezamenlijk werkbare en gedragen afspraken ontwikkelen die dat kader verduidelijken en versterken. Ik breng graag partijen bij elkaar om, in het belang van iedereen, tot heldere oplossingen te komen. Dat is waar ik energie van krijg.” Die aanpak sluit naadloos aan bij de missie van SIKB: samenwerken aan kwaliteit en duidelijkheid in het bodembeheer. Met de CIT wordt concreet gewerkt aan het creëren van transparantie en eenduidigheid in toetsingsregels.
“Samen gaan we zorgen dat alle informatie straks beschikbaar is: eenduidig, op en centrale plek en bruikbaar voor verschillende doeleinden.”
Echt iets wat we nodig hebben
“Met een goed systeem zorgen we er voor de hele sector voor dat iedereen ook die lokale regels goed kan toepassen. Het vermindert fouten, voorkomt verspilling en het geeft duidelijkheid. Het is ontzettend fijn om te merken dat men zich daar voor in wil zetten. Bij die eerste CIT-vergadering was ook echt te merken dat er een enorme inzet is om te zorgen dat de sector efficiënt kan werken, dat interpretatieverschillen worden voorkomen. De drive om er een succes van te maken en het voor de sector goed te organiseren is er.”
Wie doet mee?
“Er zijn veel decentrale overheden die afwijkende normen stellen. Partijen als adviesbureaus en omgevingsdiensten zullen het voordeel zien van het project dat we zijn gestart. Ik hoop dan ook dat die zich aansluiten bij de commissie, want om het echt te laten slagen, is extra hulp nodig”, gaf Willemse aan. “De commissie is gestart, het kader staat. Diverse omgevingsdiensten, adviesbureaus en softwareleveranciers zijn al betrokken. Het is nu belangrijk dat meer organisaties aanhaken. Samen kunnen we zorgen dat het werkt en kunnen we het verschil maken voor de sector; iedereen heeft er baat bij. De CIT komt zo’n vier keer per jaar bij elkaar en zorgt ervoor dat de informatiestroom van lokale toetsingsregels op gang komt. Met elkaar gaan we dat organiseren. Hoe meer mensen aanhaken, des te beter.”
Gemeenten, omgevingsdiensten, labs en andere organisaties die belangstelling hebben om bij te dragen aan de CIT of vragen hebben, kunnen contact opnemen met SIKB via info@sikb.nl.



