Home > Hoe het belang van bodem borgen in de klimaatadaptatie?

Hoe het belang van bodem borgen in de klimaatadaptatie?

28-09-2020

Wat zijn de kwetsbaarheden en kansen van de bodem en ondergrond? En hoe houd je daar rekening mee in de opgave van de klimaatadaptatie? Daarvoor is kennis nodig vanaf het allereerste beleidsdenken tot het allerlaatste punt in de realisatie. En daartoe zijn netwerken onontbeerlijk.


Tommy Bolleboom – eigen foto

Optimaal borgen van het bodembelang
Tommy Bolleboom lijkt een duizendpoot, zoals veel van zijn collega’s binnen Rijkswaterstaat/Bodem+. Als Senior Adviseur klimaatadaptatie en bodem participeert hij in het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie, waarvoor hij meeschreef aan het Deltaplan in 2017, ondersteunt daarvoor ook de RWS vertegenwoordiging in de Stuurgroep, werkt mee aan het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling, is betrokken bij de ontwikkelde stresstest en het proces om te  komen tot uitvoeringsagenda’s binnen en buiten RWS, houdt zich bezig met het stimuleringsprogramma DPRA en zo nog heel wat meer.

‘Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie beschrijft hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. Daarvoor zijn zeven ambities benoemd. Heel breed. Mijn rol is mede het optimaal borgen dat de bodem en ondergrond goed wordt meegenomen in de voorgestelde maatregelen voor de klimaatadaptatie. Zo is de vitaliteit en kwetsbaarheid van de bodem en ondergrond verweven met de ontwikkelde stresstest en de bijdrage die het bodem- en watersysteem zelf kan hebben in het zoeken naar oplossingen’.

Droogte meest actuele thema
De stresstest is voor alle overheden ontwikkeld om de kwetsbaarheden in kaart te brengen rond wateroverlast, hitte, droogte en gevolgen van overstroming – de vier klimaatthema’s van DPRA. ‘De droogte is nu het meest actuele onderwerp’, vertelt Tommy Bolleboom. ‘En geldt voor het gehele land, ook daar waar je de problemen niet zou verwachten. Niet alleen de landbouw heeft last van de verlaging van de grondwaterstanden, ook in de steden komt een grondwaterverlaging van 30 centimeter voor. Dat leidt onherroepelijk tot extra bodemdaling met bijvoorbeeld scheuren in fundamenten en paalrot onder monumenten tot gevolg. Extra bodemdaling en schade, want bodemdaling is van altijd’.

‘Met de resultaten van die stresstest’, vervolgt hij, ‘kunnen gemeenten, waterschappen, provincies en wij als Rijkswaterstaat op regionaal niveau een risicodialoog gaan voeren. Die dialoog is enerzijds gericht op uitvoeringsmaatregelen, zoals infiltratie in plaats van drainage in stedelijke gebieden om het grondwater op peil te houden. Anderzijds op het creëren van draagvlak, op het betrekken van de bewoners in het betreffende gebied. En de dialoog is bedoeld voor kennisontwikkeling en kennisuitwisseling. Er spelen van tal vraagstukken waarvoor onderzoeken worden geïnitieerd. We willen daarin een coördinerende rol spelen, om te voorkomen dat op allerlei plekken binnen allerlei instellingen telkens een wiel opnieuw wordt uitgevonden’.

Het belang van netwerken
‘Daarom zijn netwerken zo belangrijk’, stelt Tommy Bolleboom vast. ‘En echte netwerken, met menselijke contacten, hoe moeilijk in deze Coronatijd ook. Zij moeten zorgen voor verbindingen, met name tussen tal van uiteenlopende disciplines. De bodemdeskundigen moeten civiele techneuten kunnen ontmoeten bijvoorbeeld. Leren elkaars taal te spreken, wederzijds kennis kunnen uitwisselen. Daartoe is het ook goed te weten welke netwerken er zijn. Daar doen we nu onderzoek naar’.

‘En ondertussen onderzoeken we natuurlijk ook allerlei mogelijke oplossingen om de gevolgen van droogte tegen te gaan. Zoals naar de opvang van water. De “bufferende berm” is er daar een van. Bermen langs snelwegen kunnen regenwater opvangen, vasthouden en ten goede laten komen van het grondwater. Daartegenover loopt een onderzoek naar grondwateroverlast, want ook dat is een actueel klimaatprobleem. Zo kijken we naar de kwelgronden in het Veluwse massief. Voorzien wordt dat daar in 2050 veel meer grondwateroverlast is te verwachten, dan nu bekend is. Er kan vernattingsschade ontstaan op plaatsen waar je dat niet wilt’.

Van beleid tot praktijktoetsing
Het belang is duidelijk. Dat blijkt ook uit de 200 miljoen euro die minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat vanaf 2021 extra investeert in projecten die Nederland weerbaarder moeten maken tegen klimaatverandering en weersextremen. Verder wil zij 100 miljoen euro extra uit het Deltafonds beschikbaar te stellen voor concrete maatregelen van het Deltaprogramma Zoetwater in de periode 2022 – 2027.

‘Naast financiële middelen werken we ook aan het borgen van klimaatadaptatie in standaarden (richtlijnen, protocollen en normen) voor uitvoerenden, zoals aannemers. Daartoe is het OSKA opgericht, het Overleg Standaarden Klimaatadaptatie. Een netwerk (ook weer een netwerk) van marktpartijen, overheden, kennisinstellingen en organisaties die zich bezighouden met het maken van standaarden zoals normen, leidraden, handreikingen, checklists, praktijkrichtlijnen en protocollen.

Want klimaatadaptatie is vaak nog niet in bestaande of nieuwe standaarden verankerd. In de praktijk zorgt dit voor onduidelijkheid en verschillen in uitvoering. Op basis van nieuwe projecten ontwikkelen we robuuste standaarden om klimaatadaptieve oplossingen en aanpassingen uit te voeren in de praktijk’.

‘Zo zijn we,’ besluit Tommy Bolleboom, ‘als Bodem+ vanaf het allereerste beleid tot de werking  in de praktijk betrokken.’