Merle de Kreuk is hoogleraar Watermanagement aan de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG) van de TU Delft. Ze zet zich actief in om jongeren te enthousiasmeren voor een carrière in de watersector. Haar inzet is niet onopgemerkt gebleven: vorig jaar ontving ze een koninklijke onderscheiding als erkenning voor haar werk als toponderzoeker en rolmodel. Hoe is haar passie ontstaan en wat inspireerde haar om zich te richten op watermanagement? Zuiveringsslib blijkt hierin een sleutelrol te spelen.

Merle de Kreuk – foto: Michelle Muus
Van milieutechnologie naar waterzuivering
Na haar studie Milieutechnologie in Wageningen begon De Kreuk haar loopbaan bij IHC Holland, waar ze als consultant en onderzoeker werkte met baggermateriaal. Die ervaringen vormden het startpunt van haar carrière, waarna haar focus verschoof naar afvalwater en zuiveringsslib – het restproduct van afvalwaterzuivering. In Nederland wordt zuiveringsslib meestal verbrand, terwijl het in andere landen vaak op landbouwgrond wordt gebruikt. Dit brengt vragen met zich mee over de mate van vervuiling van de bodem en slimme methodes om verontreiniging te verwijderen. Inmiddels geldt De Kreuk als toonaangevend onderzoeker aan de TU Delft, met expertise in afvalwaterzuiveringssystemen en anaerobe processen, die zonder zuurstof plaatsvinden. Dit onderwerp is van groot belang voor waterschappen.
Innovatie en uitdagingen in de watersector
“Waterzuivering lijkt technologisch een afgerond vakgebied, maar er duiken steeds nieuwe zorgwekkende stoffen op. Innovatie blijft dus noodzakelijk,” vertelt De Kreuk. Daarbij merkt ze op dat het aantal studenten in watertechnologie daalt, wat zorgelijk is. De kwaliteit van ons water is niet meer vanzelfsprekend en vraagt om onderhoud en vernieuwing. Er ligt een grote uitdaging waarvoor denkkracht en betrokken mensen nodig zijn. Om die reden is het volgens haar essentieel om jongeren op middelbare scholen te enthousiasmeren voor een toekomst in de watersector.
De kracht van mengen, roeren en stromen
“Water inspireert mij,” zegt De Kreuk. Tijdens haar middelbare schooltijd vond ze biologie, scheikunde en natuurkunde interessant, maar milieutechnologie sprak haar het meest aan. “Alles komt daarin samen: mengen, roeren en stromen.” In Wageningen zag ze bovendien hoe hoogleraren studenten inspireren om nieuwe dingen te ontdekken – een aanpak die duidelijk terugkomt in haar eigen werk.
Samenwerken met studenten
Het werken met studenten beschouwt De Kreuk als het leukste aspect van haar baan aan de universiteit. “Lesgeven en meedenken met masteronderzoeken, studenten voorbereiden op hun eerste baan – dat geeft mij het meeste plezier,” vertelt ze enthousiast. “Het is een belangrijke fase in hun leven en iedereen wil het beste uit zijn onderzoek halen. Dat zorgt voor een positieve sfeer.”
Rolmodel: moeder en academicus
Voor veel studenten is De Kreuk een rolmodel. “Ik ben open over mijn kinderen en familie gaat bij mij altijd voor.” Studenten geven vaak aan dat haar voorbeeld hen inspireert: “Door jou zie ik dat het mogelijk is – moeder zijn en een academische carrière.” Zo weet ze studenten te motiveren om ook voor een wetenschappelijke loopbaan te kiezen. Haar betrokkenheid leverde haar vorig jaar een koninklijke onderscheiding op.
Kinderen inspireren: water tastbaar maken
Ondanks haar drukke agenda probeert De Kreuk tijd vrij te maken voor gastlessen en open dagen, waarbij ze watertechnologie op een aansprekende manier presenteert. “Ik vind het geweldig hoe basisschoolkinderen enthousiast zijn om proefjes te doen en de wereld te ontdekken. ‘Waar blijft mijn drol?’ is een vaste favoriet op de open dag. Bij experimenten, bijvoorbeeld het terugwinnen van fosfaat uit namaak urine, zie je de verwondering in hun ogen als het lukt. Een bijzonder moment was toen een meisje vroeg of ze wat materiaal mee naar huis mocht nemen om haar moeder te laten zien.”
Sectorbrede inzet voor de toekomst
De Kreuk hoopt dat de watersector tijd vrijmaakt om studenten te enthousiasmeren voor watertechnologie. Er zijn diverse mogelijkheden, zoals Expeditie Next, de GeoWeek en open dagen, om water tastbaar te maken. Ze helpt graag mee met activiteiten van het Science Center Delft, waar water vaak een belangrijk thema is. Ondertussen ziet ze ook nieuwe, interessante initiatieven vanuit de sector, zoals het Innovation & Education Fund van Haskoning dat jaarlijks 12,5% in een onafhankelijk fonds stort voor onderzoek en innovatie rond klimaatverandering en schoon water. Het eerste onderzoeksprogramma aan de TU Delft start binnenkort en richt zich op opslagdepots van vervuilde baggerspecie, zoals de Slufter op de Maasvlakte.



