Home > Nieuwe methodiek brengt het potentieel voor ondergrondse zoetwaterberging in kaart

Nieuwe methodiek brengt het potentieel voor ondergrondse zoetwaterberging in kaart

26-11-2020
Hoe landschappelijke kenmerken een relatie hebben met hydrologische processen en het zoutgehalte van het grondwater, is recent aangetoond in een promotieonderzoek van Floris Naus. 


Floris Naus – eigen foto

Maatschappelijke relevantie
Geo-hydroloog Floris Naus, PhD aan Universiteit Utrecht (UU) gehaald, wilde zijn wetenschappelijke kennis een maatschappelijke relevantie geven. Dat werd mogelijk door een door NWO gesubsidieerd onderzoek naar de effectiviteit van de door UNICEF geplaatste watervoorzieningen in zuidwest Bangladesh.

Begeleid door promotors J. Griffioen en K.M.U. Ahmed en copromotor P. Schot onderzocht hij in een aantal stappen de voorheen onbekende hydrogeologische variatie in het gebied, met een specifieke focus op de variatie in zoutgehalte van het grondwater. ‘Ik ben begonnen op heel lokaal niveau met het verzamelen van data, die tot dan toe vrijwel niet voorhanden waren’, vertelt Floris Naus. In een dorpje startte ik met metingen waarmee ik inzicht hoopte te krijgen van oude en hedendaagse hydrologische processen voor het zoutgehalte van het grondwater, en geografische/geomorflogische factoren om deze processen te identificeren. Wat ik in beeld heb kunnen brengen is hoe de evolutie sinds de laatste ijstijd de huidige verdeling van zoet/zout grondwater in de ondergrond heeft veroorzaakt’.

Landschappelijke kenmerken
‘Daarna ben ik in een tweede stap op regionaal niveau verder gegaan. Daarbij kon ik een relatie leggen tussen de landschappelijke kenmerken, de hydrologische processen en het grondwaterzoutgehalte.

Op basis daarvan was ik in staat om in een derde stap de verschillende potenties van de ondergrond voor zoetwateropslag in beeld te brengen. Het blijkt in zuidwest Bangladesh dat ondergrondse zoetwaterberging een mogelijke oplossing is voor de problematische voorziening van veilig drinkwater door de aanwezigheid van zowel brak-zout als arseenhoudend grondwater’.

Sociale barrières
‘Een vierde stap vervolgens was een antwoord te vinden op de vraag in hoeverre, en waarom de lokale bevolking vasthoudt aan hun huidige, die vaak onveilige drinkwaterbronnen. Welke sociale barrières zijn er om niet over te stappen naar betere drinkwatersystemen? Waarom houden mensen vast aan het innemen van vervuild oppervlaktewater of van zout of door arseen vervuild grondwater? Op basis van sociale noodzaak en technische geschiktheid wordt het voor UNICEF nu mogelijk om beleid te gaan maken voor het plaatsen van drinkwatersystemen’.

Algemene methodiek
In het laatste deel van zijn onderzoek exploreerde Floris Naus alle bevindingen in zuidwest Bangladesh naar een algemene methodiek om het potentieel voor ondergrondse zoetwaterberging in kaart te brengen. Hij toont voor het eerst de relatie aan tussen landschappelijke kenmerken, hydrologische processen en het zout- en zoetwatergehalte.

‘Deze bevindingen en methodieken’, legt hij uit, ‘zijn vooral relevant voor gebieden waar weinig data voorhanden zijn om de aanwezigheid van zoet grondwater te voorspellen. Het wordt nu mogelijk om het socio-hydrogeologisch potentieel voor ondergrondse zoetwaterberging in kaart te brengen’.

Hij noemt het ‘conceptueel denken’; vanuit landschappelijke vormen het zoutgehalte van het grondwater kunnen voorspellen. Dat is belangrijk, zeker in data-arme gebieden. Daarnaast kan de kennis breder een bijdrage leveren bijvoorbeeld bij de aanleg van WKO-systemen. Want WKO-systemen zijn een goed voorbeeld van hoe deze kennis breder kan worden ingezet voor ondergrondse opslag van warm of koud water.’ Bij Witteveen+Bos brengt hij nu zelf die wetenschappelijke kennis in de praktijk.

De thesis Socio-hydrogeological potential for managed aquifer recharge in the fresh-saline aquifers of southwestern Bangladesh vindt u hier.