Home > Nieuwe verantwoordelijkheden in de Omgevingswet, bijvoorbeeld met diffuus lood

Nieuwe verantwoordelijkheden in de Omgevingswet, bijvoorbeeld met diffuus lood

22-10-2019
Zorgen dat het gesprek tussen provincies en gemeenten gevoerd gaat worden, dat beide partijen proactief in gesprek gaan over de nieuwe opgaven die de Omgevingswet aan gemeenten stelt.
 

Dat beogen de Provincie Utrecht, de gemeente De Ronde Venen en de Omgevingsdienst Regio Utrecht, ondersteund door Ambient, met het project ‘Samenwerken in de Omgevingswet casus diffuus lood. Een pilot met landelijke uitstraling: ‘De verschillende overheden moeten vóór 1 januari 2021 over hun schaduw stappen’.


Marieke Prins en Reinier Besemer – foto ENBO

Overdracht van bevoegdheden
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden op 1 januari 2021 de gemeenten het bevoegd gezag voor de fysieke leefomgeving en daarmee ook voor de bodem. Deze bodemtaken worden nu door de provincies en een 30-tal grote gemeenten vervuld. Van die overdracht is een behoorlijk aantal, vooral kleinere – niet rechtstreeks Wbb bevoegd gezag –, gemeenten zich (nog) onvoldoende bewust, of zij hebben moeite om de implicaties ervan te overzien. Sommige gemeenten denken bijvoorbeeld dat er gekozen kan worden om die taken bij de provincie te laten. Een groot misverstand dat vooral leeft onder de bestuurders. Om die overdracht en nieuwe vormen van samenwerking, bijvoorbeeld ook met de Omgevingsdienst, in beeld te brengen slaan de Provincie Utrecht, de gemeente De Ronde Venen, de Omgevingsdienst Regio Utrecht de handen ineen, daarbij ondersteund door adviesbureau Ambient. Financieel wordt het project mogelijk gemaakt uit het budget van het Uitvoeringsprogramma Bodem en ondergrond. Reinier Besemer namens de provincie en Marieke Prins namens Ambient, lichten toe.

Onbekend maakt onbemind
‘Er valt helaas veel onbekendheid en onbegrip waar te nemen over de taakverschuiving van provincies naar gemeenten. Gemeenten vrezen met de Omgevingswet verantwoordelijkheden te krijgen waar de kennis, de kunde en de financiën voor ontbreken. Hebben het idee dat er van alles vanuit de provincie lukraak over de schutting wordt gegooid. Of, erger nog, verkeren in de veronderstelling dat de Omgevingswet uitsluitend deregulering betreft en dat er dus juist aanzienlijk minder taken op hun afkomen. Zijn zich onvoldoende bewust van de nieuwe bevoegdheden en hoe daar vorm aan te geven. Omgekeerd voelen provincie zich nog eigenaar van het dossier en hebben alle kennis. Loslaten van de beleidsontwikkeling is soms dan moeilijk’.

Shareholders
‘Op het ministerie van IenW hoorden wij de uitdrukking “van stakeholders naar shareholders”. Hiermee wordt gestimuleerd om in een gebied of bij een vraagstuk niet alleen je eigen belang te vertegenwoordigen, maar op zoek te gaan naar oplossingen voor het gedeelde belang. Het verdelen van de buit komt daarna. Deze positieve benadering van een vraagstuk slaat perfect op de doelstelling van dit project’, vervolgen Marieke Prins en Reinier Besemer. ‘We onderzoeken hoe we belemmeringen kunnen wegnemen om vanuit een shareholders benadering deel te nemen. Zoeken naar de momenten waarop betrokkenen over hun eigen schaduw heen kunnen stappen. Elkaars positie gaan respecteren. Accepteren dat er niet per definitie meer geld zal worden vrijgemaakt, maar dat dit wel anders zal worden verdeeld. Gezamenlijk optrekken mochten er toch extra financiële middelen nodig blijken. Kansen zien in nieuwe ondersteuningsvormen door de provincies en vrijheden van gemeenten. Bijvoorbeeld door het delen van kennis en samenwerken in andere faciliterende maatregelen’.

De beide gesprekspartners wijzen op de bewustwording die hiervoor nodig is. ‘Je zult als gemeente eerst moeten weten wat je aan kennis en kunde al in huis hebt en wat je verder nog nodig hebt om om te gaan met de gegeven vrijheden onder de Omgevingswet. Je moet bekwaam en competent zijn om de goede vragen te kunnen stellen. Vragen aan de Omgevingsdienst bijvoorbeeld, die graag wordt ingeschakeld. Maar waar uiteraard ook weer een kostenplaatje bij komt kijken. De belangrijkste uitkomsten van dit project zijn hopelijk hoe tot het stellen van die goede vragen is te komen, en op welke wijze die interbestuurlijke samenwerking het beste vorm is te geven’.

Diffuus lood
Om de mogelijkheden tot samenwerken tussen de verschillende bestuursorganen – nog los van de noodzaak – in beeld te brengen is voor een concrete opgave gekozen: het omgaan met historische diffuse loodverontreinigingen in de bodem. Zo kan met dit procesmatige project mooi worden aangehaakt bij enkele nu lopende inhoudelijke onderzoeken, zoals die van de landelijke Werkgroep Diffuus lood. Al had een ander actueel thema, als PFAS of grondwater, even zo goed gekund.

Diffuus lood is een gevoelig onderwerp. Het kan vooral bij jonge kinderen schade veroorzaken. ‘We hebben op drie niveaus onderzoeksvragen opgesteld’, lichten Marieke Prins en Reinier Besemer toe. ‘Op inhoudelijk niveau, bijvoorbeeld: Hoe instrumenten van de Omgevingswet kunnen worden ingezet? Op institutioneel niveau, zoals: Hoe kom je tot een integrale benadering? En op relationeel niveau, zoals: Hoe betrek je de samenleving bij dit soort gevoelige onderwerpen en wie neemt het voortouw? Samen met De Ronde Venen, waar diffuus lood een belangrijk issue is, kijken we naar de beste wijze waarop een dergelijke verontreiniging is aan te pakken tijdens de overdracht van bevoegdheden binnen de kaders van de Omgevingswet’.

De Ronde Venen heeft een groot gebied met zogeheten toemaakgronden (een mengsel van stalmest, huisvuil, zand en bagger die op veengrond werd gestort om de bodemkwaliteit te verbeteren - red.). Deze gronden zijn in meer of mindere mate vervuild met lood.

De eerste resultaten zijn zeer bemoedigend, melden beide gesprekspartners. ‘Over en weer ziet men de belangen om gezamenlijk aan de slag te gaan, van elkaar te leren en elkaar te waarderen, ook in de veranderende rollen die beide gaan hebben onder de Omgevingswet. We zien het bewustzijn groeien bij de partijen en krijgen goede hoop dat het project een voorbeeldfunctie gaat krijgen voor de rest van Nederland. Het zou mooi zijn wanneer IPO en VNG, maar zeker ook het Ministerie van I&W bij het uitdragen een rol willen gaan spelen.’

De uitkomsten van dit project worden op 9 april 2020 gepresenteerd tijdens het BodemBreed Symposium.