Home > Op het snijvlak van onderwijs, bedrijfsleven en overheden

Op het snijvlak van onderwijs, bedrijfsleven en overheden

27-02-2018
Het Kennis- en Onderwijscentrum Bodem en Ondergrond (KOBO) beweegt zich op het snijvlak van het hoger onderwijs, het bedrijfsleven en de verschillende overheden
Hoe scherp dat snijvlak is, weet Geert Roovers, aanjager en coördinator van het platform en daarnaast als lector Bodem en Ondergrond verbonden aan Saxion hogeschool en als adviseur werkzaam voor de Antea Group. Via KOBO zijn studenten aan de slag gegaan met twee door het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond gestelde kennisvragen “Hoe kan het gebruik van Brownfields worden gestimuleerd?” en “Hoe komen we tot afbouw van IBC-locaties in het nieuwe bodembeleid?”.’
‘Hierbij werd nauw samengewerkt met twee consortia van bedrijven. Studenten uit verschillende disciplines, zoals civiele techniek, milieukunde, planologie en bestuurskunde, en van vijf verschillende hogescholen, hebben allereerst een bureaustudie gedaan en zijn vervolgens aan de slag gegaan met casestudies. Dat liep geheel parallel aan het werk van de beide consortia. Dat zorgde voor een mooie en elkaar aanvullende wisselwerking. De studies van de consortia worden in mei afgerond en gepresenteerd, maar inmiddels zijn er samen met de studenten al enkele succesvolle toets sessies met stakeholders gehouden’.

Roovers vertelt dat het complementaire onder meer zit in het oppakken van de onderzoeksvragen met een ruimere blik dan doorgaans gangbaar is. ‘Bijvoorbeeld door het stellen van andere vragen ontstaan andere inzichten, die toch leiden tot oplossingen waarmee bodemdeskundigen uit de voeten kunnen’. Hij noemt drie voorbeelden, die bij de beantwoording van beide onderzoeksvragen van belang zijn. ‘Ten eerste het vermogen om het imago van een IBC-gebied of Brownfield te transformeren. Ten tweede een ‘bewust wachten’ strategie; niet overhaast actie ondernemen, maar de markt, omgeving en natuur tijd gunnen. En tot slot het tijdelijk gebruik van zo’n gebied toelaten. Wat trouwens het eerste element kan ondersteunen’. Hij voegt er later nog een vierde element aan toe. ‘Terreinen die milieutechnisch niet al te moeilijk zijn, tot experimenteergebied verklaren. Geef mensen de kans te onderzoeken wat met een dergelijk terrein mogelijk is. Of geef ruimte aan nieuwe technieken’.

Roovers benoemt nog eens het snijvlak waarop KOBO zich begeeft. ‘De inzet van studenten droegen mede bij aan de toekenning van de onderzoeksvragen aan de beide consortia. Ik wil bepleiten dat dit een criterium wordt dat veel vaker bij aanbestedingen gaat gelden. De studenten deelden hun kennis met die van de consortia, en vice versa. Dat leidde tot inspirerende en complementaire samenwerking. Verschillende overheden hebben al aan tafel gezet om die kennis tot zich te nemen’. En het kan nog verder gaan, wat Roovers betreft. ‘De uitkomsten van de onderzoeken kunnen ook bijzonder interessant en leerzaam zijn voor instituten als SIKB en anderen. De nu verworven inzichten kunnen de in de bestaande regelingen en protocollen kennis verrijken, kunnen een reflectie vormen voor wat ik maar even voor het gemak de geïnstitutionaliseerde werkwijzen en werkopvattingen noem. Daarvoor zouden in het voorjaar best eens een paar interessante bijeenkomsten zijn te organiseren’. 

Zie ook: Studenten ronden onderzoek minor bodem en ondergrond af

Kijk hier voor meer informatie over KOBO.