Home > Paul Oude Boerrigter: ‘Jonge mensen interesseren voor ons vakgebied’

Paul Oude Boerrigter: ‘Jonge mensen interesseren voor ons vakgebied’

28-01-2020

Het is van groot belang het vakgebied interessant te maken voor jonge mensen. Zij zijn de bodem en ondergrondexperts van de toekomst, zonder hen verdwijnt de aandacht, en de kennis die nodig is voor de realisatie van veel maatschappelijke opgaven’. Paul Oude Boerrigter, in het dagelijks leven werkzaam bij Sweco, is via NLingenieurs nauw betrokken bij het Kennis- en onderwijscentrum bodem en ondergrond voor het hoger onderwijs (KOBO).


Paul Oude Boerrigter – eigen foto

Kennis neemt af
‘Onze bodem en ondergrond spelen een belangrijke, en steeds belangrijkere rol in ruimtelijke ontwikkelingen wanneer het gaat om uitdagingen als energietransitie, klimaatadaptatie, duurzaam landelijk gebied en verstedelijking. Tegelijk moeten we constateren dat de kennis en positie van het bodemsysteem bij overheden en bedrijfsleven verschraalt. Dat wordt nog eens versterkt door een geringe belangstelling bij studenten in het hoger onderwijs om een opleiding in dit werkveld te volgen’. Aldus Paul Oude Boerrigter. ‘Het is een zorg die binnen NLingenieurs leeft (waarbinnen Sweco actief is) en een van de redenen is om te participeren in KOBO’.

Langjarig onderzoek
Dat is de reden dat KOBO en NL Ingenieurs nu samenwerken aan het opzetten van een onderzoeksprogramma dat helpt bij het beantwoorden van integrale bodem- en ondergrond vraagstukken. Daarmee willen ze ook aansluiten bij, en bouwen aan de kennisinfrastructuur bodem en ondergrond van morgen, waarin kennisontwikkeling en doorwerking in netwerken van organisaties leidend is. ‘De vraag is: “Welke kennis is nodig na dit jaar, wanneer het UP Kennisproject eindigt”. ‘We zijn’, vervolgt Paul, ‘ons nu aan het oriënteren op meer samenwerkingspartners, zoals VNG en IPO, en financieringsmogelijkheden. Door het werken met een langjarig programma kan een meer structurele inbedding in de curricula van de hogescholen plaatsvinden en kunnen zij beter anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. We streven er ook naar dat met behulp van dit meerjarenplan alle betrokkenen in staat zijn om langere tijd de zo broodnodige duurzame aandacht aan bodem en ondergrond in het hoger onderwijs te realiseren’.

Verschillende onderzoekslijnen
Voor het meerjarenprogramma zijn verschillende onderzoekslijnen opgesteld. Dat zijn achtereenvolgens Ondergrondse infrastructuur, Bodem en locatieontwikkeling, Duurzaam gebruik van de bodem en Gezondheid en leefomgeving. Paul: ‘De dwarsverbanden die we in deze thema’s willen onderzoeken zijn Integraal werken en de rol van de omgevingswet, Duurzame ontwikkeling concreet maken, Kennis en vaardigheden van de bodemprofessional en natuurlijk het Gebruik van nieuwe technieken’. Deze onderzoekslijnen kunnen gekoppeld worden aan toepast onderzoek in lectoraten, zoals het lectoraat Bodem en Ondergrond op Saxion, onder leiding van Geert Roovers.

Studentenonderzoeken
‘De basis voor het langjarig onderzoeksprogramma vormen de studenten aan het HBO- of WO onderwijs’, licht Paul Oude Boerrigter toe. ‘Zij kunnen praktijkopdrachten, stages of afstudeeropdrachten op zich nemen. Een en ander vindt plaats binnen de reguliere curricula van de betrokken hogescholen. Iedere opdracht heeft een opdrachtgever, die uit het netwerk van partijen komt dat bij het programma is betrokken’.

Paul noemt in het bijzonder de KOBO-ambassadeurs die bedrijven en onderwijsinstellingen op regionaal niveau kunnen verbinden. Hij betitelt ze als ‘makelaars en schakelaars’. ‘De ambassadeurs inventariseren bij bedrijven adviesbureaus en onderwijsinstellingen vragen en aanbod. Ze pakken maatschappelijke vraagstukken op bewerken deze tot projecten die gezamenlijk kunnen worden opgepakt’.

‘Uiteraard’, besluit Paul, ‘maken we ook gebruik van bestaande en/of nieuwe werksessies, symposia en conferenties. Naast de eigen KOBO-netwerkbijeenkomsten sluiten we daarvoor uiteraard ook graag aan bij bestaande bijeenkomsten, zoals het Bodembreedcongres, bijeenkomsten van BodemBreedForum en het SIKB Jaarcongres.’