Home > Revitalisering van voormalige stortplaatsen

Revitalisering van voormalige stortplaatsen

19-05-2020

Verspreid over het land liggen er zo’n 4.000 voormalige stortplaatsen waar nu niets mee gebeurt. De vraag naar ruimte voor natuur, woningbouw, recreatie, zonneparken en noem maar op, is groot. Hoe kunnen deze stortplaatsen daartoe worden aangewend? De Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ) onderzoekt in samenwerking met enkele Gelderse gemeenten binnen het kennisplatform van het Gelders Ondergrond Overleg de mogelijkheden.


Janbart van Ginkel: oppakken van de kansen die de Omgevingswet gaat bieden – eigen foto

Teruggeven aan samenleving
Verschillende Gelderse gemeenten in de zogeheten ‘Cleantech regio’ bezitten in totaal 90 hectare aan voormalige stortplaatsen. Weliswaar versnipperd, maar toch, een behoorlijk areaal. Samen met de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ) en het kennisplatform van het Gelders Ondergrond Overleg (GOO), en met een bijdrage van het UP Kennisprogramma van het Convenant Bodem en Ondergrond, is een project gestart om te komen tot een Programma Herontwikkeling Duurzaam Bodembeheer Voormalige Stortplaatsen. Projectleider Janbart van Ginkel, werkzaam bij ATOsborne, licht toe.
‘Waar ooit de stortplaatsen dienst deden als opslag voor vervuild afval, willen we deze plekken nu een nieuwe, veel betere maatschappelijke rol geven. Met een nieuwe waardering, bijvoorbeeld door ze in te zetten voor de klimaatadaptatie een publieke ruimte voor gemengd sport, recreatie en stadslandbouw, in het verbinden van natuurgebieden of voor woningbouw. Dus niet enkel op basis van economische waarden’. 

Portfolio aanpak
‘De belangstellende gemeenten in de Cleantech regio hebben 774 voormalige stortplaatsen in hun grondgebied. Kleine en grote, van 1 tot 9 hectare. Samen met OVIJ werken we nu aan een portfolio aanpak. We onderzoeken of een dergelijke aanpak kan helpen bij de herontwikkeling van deze stortplaatsen en onder welke voorwaarden dat zou kunnen. Daartoe brengen we in kaart welke herontwikkelingsmogelijkheden er zijn, bijvoorbeeld op regionaal niveau. Beschouwen bijvoorbeeld, als een optie, daarbij de mogelijkheden tot ruilverkaveling. Stel je hebt verschillende kleine terreinen, die geschikt zijn voor een zonnepark. Elk daarvan op zichzelf te ontwikkelen zou wellicht te kostbaar of te inefficiënt of te risicovol zijn voor een ontwikkelaar. Breng je die verschillende terreinen als één pakket op de markt, dan kan het financieel wel interessant worden, want de ontwikkelaar kan de vaste lasten en de risico’s (kwetsbaar object en ondergrond bij onzorgvuldig inrichten en gebruik) over meerdere locaties verdelen’.

Samenwerkingsvormen
‘De eerste, nu net gestarte fase van het project, is het onderzoek naar nut en noodzaak van zo’n programmatische aanpak. Daarbij nemen we ook de kansen mee die de komende Omgevingswet biedt.
Gemeenten krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor voormalige stortplaatsen, zowel in zorg, beheer als onderhoud. Dat kan als een probleem worden opgevat, maar veel beter als een kans. Dit onderzoek kan daarvoor de weg plaveien. Nu nog procesmatig, maar straks als voorbeeld voor de wijze waarop in bijvoorbeeld een publiek-publiek, of publiek-private samenwerking verantwoordelijkheden kunnen worden gedeeld, of zelfs kunnen worden overgedragen. In oktober verwachten we de eerste resultaten te kunnen presenteren.’