Home  »  ENBONieuws   »   Start Kennis- en Innovatieprogramma PFAS bodem

Start Kennis- en Innovatieprogramma PFAS bodem

Het Kennis- en Innovatieprogramma PFAS bodem is op 1 januari 2026 van start gegaan. Het programma richt zich op netwerkmanagement, het verzamelen en delen van kennis en het stimuleren van innovatie. Het programma loopt vijf jaar. We gaan in gesprek met het programmateam dat bestaat uit programmamanager Dik Welkers en senior adviseurs bodem en ondergrond Arjan uit de Bosch en Jan Frank Mars. Ze vertellen over de contouren van het programma en hun persoonlijke affiniteit met PFAS.

PFAS (Per- en Polyfluoralkylstoffen) is een groep van duizenden chemische stoffen die door de mens is gemaakt en in veel producten zit, zoals kleding en blusschuim, omdat het water-, vet- en vuilafstotend is. Het probleem is dat deze stoffen zich ophopen in mensen en natuur en steeds vaker in verband wordt gebracht met ernstige ziektes en aandoeningen.


Dik Welkers, Jan Frank Mars en Arjan uit de Bosch – eigen foto

Urgentie van het programma KIP PFAS bodem
Er is momenteel al een forse inzet om PFAS uit het milieu te halen, vertelt programmamanager Welkers. “De laatste 5 jaar heeft het ministerie al tientallen miljoenen uitgegeven aan onderzoek en herstel van met PFAS verontreinigde locaties. Onderzoek en herstel gebeurt – met alle goede bedoelingen – ad hoc en opgedane kennis blijft daardoor lokaal. Daarnaast is het inmiddels duidelijk dat het een hele grote opgave is.”

Welke kennis over PFAS ontbreekt?
Het KIP PFAS bodem wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Er is nog veel onduidelijkheid over het stofgedrag van PFAS in de bodem. Hoe krijgen we PFAS uit de bodem? Hoe lopen afbraakprocessen precies? Zijn we nu PFAS niet alleen aan het verplaatsen van het ene naar het andere milieucompartiment?” Dat is waar onder meer naar wordt gekeken, vertelt Welkers. Met het kennis- en innovatieprogramma moet kennis verder worden ontwikkeld en innovaties worden gestimuleerd. “De fluor-koolstof verbinding van PFAS is heel sterk. Hierdoor is PFAS zeer slecht afbreekbaar en ook heel mobiel. Die combinatie maakt dat klassieke bodemhersteltechnieken niet (goed) werken en dit leidt weer tot extreem hoge saneringskosten.”

Innovaties opschalen
Het doel is dat innovatieve technieken de sanering van met PFAS verontreinigde locaties effectiever en efficiënter maken, met als uitkomst dat de saneringsopgave voor Nederland kan worden versneld. In het rapport van Peter Wennink, De route naar toekomstige welvaart, wordt de aanpak van de PFAS-problematiek zelfs omschreven als kans voor de Nederlandse economie. ‘’Er gebeurt al veel’’, benadrukt Welkers. “Denk aan het immobiliseren van PFAS, dat verdere verspreiding en risico’s voorkomt. Maar ook (grond)waterzuiveringstechnieken maken stappen in de efficiëntie om PFAS te verwijderen. Ook zien we steeds meer technieken langskomen waar PFAS-moleculen worden afgebroken. De volgende stap is die nieuwe technieken op te schalen en praktisch toepasbaar te maken. Het belangrijkste daarbij is misschien wel het koppelen van netwerken en het verspreiden van al opgedane kennis om technologische ontwikkelingen en het verbeteren van saneringstechnieken te versnellen. Ook kijken we internationaal, want over de hele wereld wordt aan het PFAS probleem gewerkt. We werken samen met het Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI) Watertechnologie om innovatieve technieken financieel te ondersteunen.”

Op naar de eerste mijlpaal
Het KIP PFAS bodem organiseert op 1 april 2026 een bijeenkomst in het LEF Future Center van Rijkswaterstaat. “Dat wordt een interactieve dag, waarbij we het programma presenteren en met het werkveld en de doelgroepen spreken over wat kan en wat nodig is.” Over wanneer het programma een succes is, zegt Welkers enthousiast: “We streven naar een breed toegankelijk kennispalet en ‘gereedschapskist’ vol met technieken en methoden om PFAS efficiënt en effectief uit de bodem te halen en af te breken. Als eigenaren van vervuilde bodem, bevoegde overheden en adviseurs deze weten te vinden én aan te vullen dan is onze missie geslaagd.”

Persoonlijke PFAS-affiniteit
Tot slot hebben we het nog over eenieders persoonlijke affiniteit met PFAS. Voor Mars zijn dat de technische uitdagingen. “Ik werk al 30 jaar in het bodemsaneringsveld en sinds ik met PFAS in aanraking ben hoor ik vaak: afbraak van PFAS is niet mogelijk. Over 5 jaar zeg ik graag: het kan wel!” Uit de Bosch vertelt dat er al veel ervaring wordt opgedaan tijdens saneringsprojecten en door die kennis te delen – wat ging goed, wat kon beter – kan men veel van elkaar leren. “Door het samenbrengen van deze kennis in de netwerken wordt de innovatie gestimuleerd. Dát is mijn drive voor dit programma,” benadrukt hij. Tot slot is Welkers maatschappelijk ook erg gemotiveerd om alternatieven en oplossingen voor PFAS te ontwikkelen. “Of je het nu ziet als mogelijke ontwikkeling voor onze economie, zoals Peter Wennink, of als noodzakelijk om onze leefomgeving te verbeteren of ter bescherming van alles wat leeft op onze planeet, zoals veel omwonenden van industrie: we moeten en willen aan de bak.”