Home  »  ENBONieuwsNiet gecategoriseerd   »   Ondergrond van de stad: onbekend terrein te midden van alle drukte?

Ondergrond van de stad: onbekend terrein te midden van alle drukte?

Niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten is steeds meer aandacht voor stedelijke ondergrond. Niet geheel vreemd. In het bebouwde gebied is het erg druk, ook onder de grond. Dat zorgt voor uitdaging, maar ook voor kansen. Vooral als meerdere functies elkaar in de weg (kunnen) zitten. Bij bestaande bebouwing kan het ook gaan over issues met grondwater en slappe grond. Een groep experts uit Europa heeft eind maart hun kennis en ervaring gedeeld tijdens een symposium bij de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, in Utrecht.


Foto: Urban Geology Expert Group

Maar die kennis van de ondergrond is in steden soms een uitdaging. Neem een stad als Rome, die zelfs letterlijk op een dikke laag puin is gebouwd die in de loop van zo’n 2.500 jaar gevormd is. Als je de ondergrond van steden bekijkt, dan heb je met andere aspecten te maken dan bij het landelijke gebied.

Mensen veranderen ondergrond
Geoloog Jeroen Schokker van de Geologische Dienst Nederland, organisator van het symposium, legt uit hoe dat zit. “Wat vaak wordt vergeten is dat de mens de eigenschappen van de ondergrond heeft veranderd ten opzichte van de natuurlijke situatie. Er is grond vergraven en anderzijds is er ook grond opgebracht. Dat is in historische binnensteden al honderden jaren geleden begonnen. Op die manier is een ophoogpakket ontstaan. Ook zijn vaak niet-natuurlijke materialen gebruikt, zoals bouw- en sloopafval, staalslakken of andere materialen. Er is echter geen landelijk overzicht van wat waar is toegepast.”

Stedelijk grondwater
Tijdens het symposium vertelden diverse Europese experts over hun lokale situatie. Een van de besproken thema’s is stedelijk grondwater. “In Nederland hebben gemeenten al 17 jaar vanuit de Waterwet een grondwaterzorgplicht”, vertelt Jelle Buma van de Geologische Dienst Nederland. “Gegevens van gemeentelijke grondwatermeetnetten worden ontsloten via BROloket. In de loop van 2026 hopen we deze te koppelen aan de mapviewer van Grondwatertools. Met de bijbehorende functionaliteit wordt de stap gemaakt van data naar informatie.”
Nederland loopt in Europa voorop als het gaat om landelijke wetgeving voor stedelijk grondwaterbeheer. In Denemarken wordt ook gewerkt aan regulering op landelijke schaal. Het land staat wat dat betreft voor vergelijkbare uitdagingen als Nederland, bijvoorbeeld hoe om te gaan met het sluiten van grondwaterwinningen in stedelijk gebied.

Bodembeweging en maaivelddaling
Bodembeweging en bodemdaling zijn zeker niet iets typisch Nederlands. “Waar mensen iets doen in de ondergrond, krijg je daling of beweging. Juist in stedelijke gebieden is dat merkbaar. Door het oppompen van grondwater uit diepe lagen zinken steden. Wel zit er verschil tussen steden wereldwijd”, vertelt Kay Koster van de Geologische Dienst Nederland.
Een voorbeeld van een stad die zinkt door het oppompen van water is Mexico-stad. Die stad zakt maar liefst een halve meter per jaar. Maar ook in Shanghai is sprake van ernstige bodemdaling. In Nederland gaat het weliswaar slechts om 1 tot 10 mm per jaar, met name door ontwatering en het opbrengen van grond, maar ook hier geeft het veel schade aan zowel huizen als infrastructuur en zorgt het voor riolen die verzakken. Er is nu veel aandacht voor gebouwschade: wat is specifiek veroorzaakt door bodembeweging en wat komt van andere oorzaken? GDN doet daar samen met bouwkundigen van TNO onderzoek naar. Het lastige is dat de discussie verder is dan de wetenschap; veel is gebaseerd op aannames. Er wordt hard gewerkt om gebouwschade wetenschappelijk te kunnen duiden.

Ondergrondse ruimte benutten
In Newcastle is er grote druk op de ruimte boven- en ondergronds. Hoe verdeel je de nog beschikbare ruimte voor nieuwe infrastructuur en welke keuzes maak je? Ook spelen daar diverse problemen met mijnwater, waaronder stijging van het maaiveld. Tegelijkertijd benutten ze daar het mijnwater voor het verwarmen van gebouwen. Nationale datasets met gegevens van de ondergrond zijn in Newcastle echter niet gedetailleerd genoeg, maar er wordt gericht gekeken waar behoefte aan is en wat ontwikkeld moet worden. Op die manier worden door de British Geological Survey data verzameld en worden heel gericht modellen ontwikkeld.

Gegevens om op te bouwen
Duidelijk is in elk geval dat je ver kunt komen als je de ondergrond als kans ziet en genoeg gegevens inwint, ook als de ruimte schaars is. Een mooi voorbeeld daarvan is Almere. Daar wordt de ondergrond heel bewust meegenomen bij de ontwikkeling van de nieuwe wijk Almere Pampus. Planoloog John Kohschulte Brokhaus van de gemeente Almere vertelt hoe Almere ondanks bodemdaling, risico op het doorboren van grondwaterlagen en problemen rondom regenwaterafvoer, toch vanuit een heel positieve insteek naar de uitdagingen kijkt om het gebied te ontwikkelen zonder problemen af te wikkelen op toekomstige generaties. Energieneutrale oplossingen worden daarbij ook gelijk meegenomen. Een verbeterd inzicht in de ondergrond van Almere speelt daarin een belangrijke factor. “Het werkt heel anders als je data hebt om op terug te kunnen vallen als je aan het ontwerpen bent dan te werken op basis van aannames”, benadrukt Kohschulte Brokhaus.

Verleden en toekomst verbonden
In het historische hart van steden zijn de toekomst van ruimtelijke ontwikkeling en het verre verleden nauw met elkaar verbonden via de bodem en de diepere ondergrond. Hoe meer je weet over de ondergrond en hoe meer data je hebt, des te beter kun je keuzes maken voor een toekomstgerichte leefomgeving. Het modelleren van die ondergrond, juist ook in de gebouwde omgeving, biedt dus mogelijkheden om uitdagingen om te zetten in kansen. Dat bleek ook tijdens het symposium eind maart in Utrecht.

Meer over de Urban Geology Expert Group van EuroGeoSurveys.